Methode A.
Na Methode B. verschijnt er nu ook een boek over weerbaarheidstraining voor jonge kinderen tot 6 à 7 jaar: Methode A. Ook dit boek heeft als speerpunten: weerbaarheid, prikkelregulering en keuzes maken. Kinderen leren sociale vaardigheden aan door middel van fysieke oefeningen. Het sleutelwoord bij deze gedragsveranderingen is bewustwording. Bewustwording begint rond het zesde levensjaar. Voor die tijd reflecteren kinderen nog niet op hun eigen gedrag. Het leren is nog speels en het is de kunst daar als trainer of leerkracht structuur in aan te brengen. Dus de oefeningen en spellen zijn vooral gericht op vaardigheden en daarnaast op ontdekkingen die passen bij de leeftijd.
Pijlers van Methode A.
Je leren ontspannen is in deze tijd met een veelheid aan prikkels van groot belang. Door de hersenen van schoolgaande kinderen af en toe bewust ‘uit te schakelen’ zijn ze beter in staat om op te nemen wat er geleerd moet worden. Methode A. begint dan ook met allerhande vormen van ontspanning. We maken onderscheid tussen bewust en onbewust ontspannen en bieden veel variatie in de oefeningen aan. Dit lijkt ingewikkelder dan het is. Veel handelingen worden al in de klas gedaan, het gaat er om ze als leerkracht bewust te gebruiken. Verder krijgt het voetenwerk ruim aandacht. Een bewuste houding begint met je voeten. Scholen die Methode A. hebben uitgeprobeerd, geven aan dat kinderen die moeite hebben met de voetenspelletjes vaak ook moeite hebben met de sociale contacten op de speelplaats. Door oog- en stemspelletjes ontdekken de kinderen wat uitstraling en stemgebruik kunnen doen. Kinderen laten ervaren dat ze op ieder moment een keuze hebben, is een groot goed. Ze leren op een speelse manier dat er altijd een keuze is. Ten slotte geeft Methode A. handreikingen voor het stellen van vragen, zoals beschreven in Methode B. Deze manier van vragen stellen is ook zeer goed toepasbaar bij kleuters en bij een groot deel van de peuters.
Is het de bedoeling dat leerkrachten hulpverleners worden?
Nee, juist door deze spellen en oefeningen te doen, zie je als leerkracht waar een kind hulp nodig heeft. Kinderen zijn tot hun negende levensjaar het meest gevoelig voor het ontwikkelen van motorische vaardigheden. Hulp daarbij is dus juist in deze periode zeer effectief. Maar ook kinderen die slecht zien, moeite hebben met praten of horen, kunnen door de speelse technieken van Methode A. opgemerkt worden. Weerbaarheid gaat uiteraard ook over grenzen. Dat geldt ook voor leerkrachten. Het is belangrijk om die grenzen als professional te bewaken.
